De vraag die in deze dienst centraal staat is: Hoe verhouden onze inspanningen (rhythms of grace) zich tot het Evangelie van genade? Immánuël onderzoekt in deze dienst de, zoals het soms lijkt, dunne lijn tussen geestelijke inspanningen aan de ene kant en het ‘niet werken, maar leven van genade’ aan de andere kant. Daarbij komt ook het spannende van genade aan de orde: genade is fantastisch maar ook een regelrechte ramp voor ons ego. Immánuël gaat met ons kijken wat de redenen kunnen zijn waarom we Jezus misschien wel niet willen of kunnen volgen.
We kunnen trouw zijn in ons leven met God, maar de genade missen. Onze ‘Rhythms of Grace’ kunnen ‘Rhythms of Ego’ blijken te zijn. Het lijkt alsof we ons inspannen voor God, maar eigenlijk gaat het om onze reputatie, ons aanzien. Of worden we gedreven door angst voor straf.
Hoe wordt ‘genade’ iets waar je niet alleen in ‘gelooft’, maar wat je ook voelt, doorleeft en uit handelt? Hoe word je vrij van de gedachten en gevoelens van schuld en schaamte, het gevoel dat het nooit genoeg is? Hoe kom ik los uit de eindeloze pendelbeweging tussen trots (als het lukt) en wanhoop (als het weer niet lukt). Het is zo vermoeiend…
“Kom naar mij toe die vermoeid en belast zijn.”
We duiken in de Galatenbrief, waar Paulus laat zien hoe hij leeft vanuit het Kruis. Jezus’ dood en opstanding raken hem, bepalen zijn hele leven. Het bepaalt zijn gevoelsleven en zijn handelen. Het is zijn identiteit. Jezus voor mij gestorven, ik door God aanvaard. Hoe komt dat ook bij ons binnen? En hoe kunnen geloofsritmes (“Rhythms of Grace”) worden opgepakt vanuit die genade?










