Inleiding

Veel studenten kampen met stress, angst- en depressieklachten als gevolg van hoge druk. Onze ‘prestatiesamenleving’ is als een snelkookpan waar de druk voor velen te hoog wordt.[1]

Wat speelt er nu precies? En wat kunnen we er aan doen?

Veel aandacht in de media en politiek gaat naar allerlei ‘praktische’ problemen (kamernood, studieschuld, volle collegezalen). Maar alleen door bepaalde sterke overtuigingen in onze samenleving leiden die problemen tot ongekend hoge druk die studenten ervaren.

In deze blog bekijk ik een van die gedachten van onze prestatiesamenleving: Pech bestaat niet, dus falen mag niet.

De concrete problemen van studenten an sich zorgen nog niet voor de hoge mate van stress, angst- en depressieklachten.

Deze gedachten zal ik bevragen en een alternatief aanreiken. In een volgend blog doe ik hetzelfde, maar dan met de gedachte ‘haast je, je leeft maar één keer’.

Sleutel ligt bij de gedachten

Kamernood, studieschuld en volle collegezalen zijn een aantal van de concrete problemen waar studenten tegenaan lopen. Maar die problemen an sich zorgen nog niet voor de hoge mate van stress, angst- en depressieklachten. Het is de combinatie van zulke problemen met bepaalde gedachten die maakt dat we stress, angst- en depressieklachten ontwikkelen.[2]

Dat is althans zo als we uitgaan van de theorie van de vier G’s uit de cognitieve gedragstherapie, die – weet ik uit ervaring – een belangrijk punt heeft.[3] De theorie werkt met de 4 G’s van gebeurtenis, gedachte, gevoel, gedrag. De pyramide werkt van onderaf. Er gebeurt iets. Daar heb ik een bepaalde gedachte bij. Dat triggert een bepaalt gevoel. En dat bepaalt hoe ik reageer, mijn gedrag.

De sleutel in dit model ligt bij de gedachte (of cognitie). Dáár ligt de sleutel voor hoe ik me voel en uiteindelijk gedraag. Als ik bijvoorbeeld angstig reageer op bepaalde situaties, ligt de sleutel voor het aanpakken van die angst in de gedachte die er onder ligt. Het is doordat ik bepaalde dingen denk bij een gebeurtenis, dat het angst oproept. In dezelfde situatie kan met een andere gedachte een ander gevoel worden opgeroepen en daardoor ander gedrag.

Voorbeeld: je ligt in bed, het is laat en donker, en plotseling hoor je beneden gerinkel van glas. Er schiet van alles door je hoofd. Was er vorige week niet ingebroken bij een huis verderop? Had je niet waarschuwingsborden gezien van de politie? Pas las je nog een verhaal van iemand die was toegetakeld door een dief. Je verstijft van angst.

Je ligt in bed en hoort beneden gerinkel van glas – gebeurtenis. Je denkt dat er een inbreker in je huis is – gedachte. Je verstijft van angst – gevoel. Wat doe je? Je blijft stil liggen, belt 112 of rent naar beneden met een honkbalknuppel.

Nu lig je in bed, het is laat en donker en plotseling hoor je beneden gerinkel van glas. Je zucht en denkt direct aan je kat. De afgelopen weken gaat hij regelmatig ’s nachts tekeer en stoot dan dingen om. Er stonden nog glazen op de tafel. Dat stomme beest…

Je ligt in bed en hoort gerinkel van glas – zelfde gebeurtenis. Je denkt dat het je kat is – andere gedachte. Je voelt woede en irritatie, maar geen angst – andere emoties. Je draait je om en slaapt verder, morgen opruimen – ander gedrag.

Zie, dezelfde gebeurtenis triggert een heel ander gevoel en heel ander gedrag doordat je er een andere gedachte bij hebt.

Ik ben een loser

Ik voel me af en toe een loser. Of preciezer gezegd: ik voel af en toe dat ik geen energie heb om aan het werk te gaan – alsof ik een olifant moet meeslepen om vooruit te komen – of ik voel angst als ik moet toegeven dat ik qua werk weinig voor elkaar heb gekregen.

Die gevoelens komen voort uit bepaalde gebeurtenissen (ik heb geen focus in mijn werk, weet niet goed waar ik moet beginnen, het zit tegen en ik krijg niet veel gedaan) maar ze leiden tot zulke negatieve emoties door de gedachten die ik er bij heb: ik ben een loser. Ik faal, en dat is mijn eigen schuld.

De brug van tegenslag naar het veroordelen van onszelf als een loser loopt via allerlei gedachten die normaal geworden zijn in onze tijd. Kort samengevat: succes is een keuze, pech bestaat niet en falen mag niet. Wie toch faalt heeft dat aan zichzelf te wijten en is daarom niet gewoon een mens of zelfs een pechvogel, maar een loser.

Succes is een keuze?

Die gedachten komen voort uit onze toegenomen vrijheid én illusie van vrijheid. We leven in een tijd van ongekende mogelijkheden. Jan Modaal kan de wereld overreizen, geen kader is nog heilig en via internet is alle kennis toegankelijk. We profiteren van de enorme vrijheid die dit brengt, maar lijden ook aan de keerzijde ervan. Trudy Dehue, hoogleraar psychologie beschrijft dit haarfijn:

‘Vrijheid is ook een examen geworden. (…) Sinds de jaren ’90 zijn we in een cultuur gekomen van “je kunt als je maar wilt”, dat is heel sterk de boodschap geweest die van de overheid en van allerlei instellingen kwam. Je kunt zelfs je eigen brein verbeteren, je kunt je eigen stemming in de hand houden. Zowel het innerlijk als het uiterlijk werd eigen keuze.’ ‘Je kunt het heel kort samenvatten als “succes is een keuze”. [4]

Dat is de keerzijde van de vrijheid. Als succes een keuze is, is mislukking dat kennelijk ook.[5] Omdat we denken dat succes een keuze is, rekenen we het onszelf aan als dat succes uitblijft. We zien alleen nog een maakbare wereld. In die wereld bestaat geen ‘pech’ en is elk falen uiteindelijk terug te voeren op onze eigen foute beslissingen. Jij had alle mogelijkheden in het kiezen van een opleiding. Als je een opleiding kiest waar je geen werk in kunt vinden, is dat je eigen schuld. Jij kiest zelf met wie je het leven deelt. Als je relatie niet lekker loopt dan is het jouw schuld. Jij had iemand anders kunnen kiezen. Jij hebt de mogelijkheid om iets van je leven te maken. Als je aan de alcohol raakt en je loopt vast is dat je eigen schuld. Jij koos ervoor de fles te pakken.

Dat maakt het lijden van wie tegenslag heeft vele malen erger. Vaak veel erger dan de tegenslag zelf is het psychisch lijden onder het genadeloze oordeel over onszelf: ik ben een loser. Of, zoals Dehue zegt: ‘Als het element “pech” verdwijnt, wordt de mens helemaal op zichzelf teruggeworpen.’

Wereld vol pechvogels

Het is hoog tijd dat we afscheid nemen van dit doorgeslagen idee van maakbaarheid. Iedereen heeft tegenslagen in zijn leven. Het leven is vaak zwaar. Een enkele keer lukt wat we willen maar meestal valt het tegen. Weinigen zijn zo gelukkig als ze aan de buitenkant doen vermoeden. Als we eenzaam, angstig en verslagen thuis op de bank zitten zijn we niet de uitzondering in een verder volkomen gelukkige wereld; de uitzondering is eerder de gelukkige mens zonder zorgen. Wie voelt zich niet vaak verloren in de groter wereld, vraagt zich af wat hij daarin nou werkelijk voor plek heeft? Wie kan echt in de spiegel kijken en volledige vrede hebben? Wie heeft er niet een gebroken hart?

We leven in een wereld vol pechvogels. We kunnen er rustig vanuit gaan dat achter elk opgepoetste chroomlaagje van succes en geluk de roest van een weerbarstig leven schuilgaat. Het leven is, zoals Rene Gude het zo eerlijk zei, ‘een gedoetje’. Of zoals men vroeger nog wijselijk zei: ‘Elk huis heeft zijn kruis’.

Als we die gedachte onszelf blijven inprenten, worden tegenslagen heel wat dragelijker. Het leven zit tegen – we hadden niet anders hoeven te verwachten. Het is onnodig en onterecht om onszelf daar bovenop de veroordelen tot loser. Het moment dat we ontdekken dat we onszelf tegenvallen is het moment dat we onze menselijkheid eerlijk onder ogen zien. Welkom in deze wereld vol pechvogels.

A crack in everything

Het besef dat tegenslagen normaal zijn is al een hele heilzame stap. Nog radicaler is het perspectief dat het christelijk geloof aanreikt. Ons falen is niet alleen normaal-menselijk, juist in ons falen ligt onze grootste kracht.

Het evangelie volgens Johannes vertelt het verhaal van een blinde man. Hij zit langs de weg, zoals wij allemaal het gevoel kunnen hebben ‘langs de zijlijn’ te staan. Het leven lijkt aan ons voorbij te gaan. Terwijl iedereen om ons heen met hoog tempo voorbij raast staan wij voor ons gevoel stil, kunnen niet meekomen. We lopen aan tegen onze beperkingen, onze handicaps, het lijkt alsof we de talenten missen om echt mee te doen.

Jezus loopt langs en dan gebeurt het volgende:

Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’  ‘Hij niet en zijn ouders ook niet,’ was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.’

(Johannes 9)

Jezus’ leerlingen maken direct een koppeling tussen ‘falen’ en ‘loser’ – zoals wij ook zo vaak doen. Ze hebben direct hun oordeel geveld; op een of andere manier is hier sprake van eigen schuld – van de man zelf of van zijn ouders. Op zoek naar een verklaring voor de blindheid van de man zien ze maar twee opties: ‘Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’. Blindheid zien ze als een straf van God, de vraag is dan alleen nog: wie gaf de aanleiding tot die straf?

We zien blindheid niet meer als straf van God, maar zoeken een medische oorzaak. Maar met dezelfde ‘onbarmhartigheid’ vellen we vaak een oordeel. Als we langs de zijlijn komen te staan zijn de gedachten van zelf-veroordeling nooit ver weg; sukkel dat ik ben, ik heb een fout gemaakt.

Jezus’ antwoord heeft zijn leerlingen ongetwijfeld verrast. Hij ziet veel meer dan de twee opties die de leerlingen aandragen. ‘Hij niet, en zijn ouders ook niet’, zegt hij. Jezus doorbreekt de vanzelfsprekende relatie tussen tegenslag en schuld. Er is helemaal niet altijd een schuldige. Van alles in het leven ‘gebeurt’ gewoon. Jezus rekent met ‘pech’, of weet hoe het leven in elkaar zit. Tegenslag is deel van het leven en helemaal niet altijd onze eigen schuld.

Maar radicaler nog is de zin die hij er aan toevoegt. ‘Maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden’. Dit is een heel verrassend perspectief. De blindheid is voor Jezus niet een zinloze beperking, niet de mans grootste probleem, maar een kans – een kans om licht te brengen in de duisternis. Ons falen is een kans om licht te verspreiden.

Hoe dan?

Doordat we in ons falen leren ontvangen.

Omdat de blinde man van Jezus genezing ontvangt. Sleutelwoord daarbij is: ontvangt. Het is door zijn blindheid dat hij kan (en moet) ontvangen. En juist door te ontvangen geven we zo veel. Dat merken we als iemand anders van ons wil ontvangen. We voelen ons dan waardevol en vereerd. Wie durft te ontvangen van een ander geeft de ander daarmee een groot geschenk. Vaak meer nog dan door te geven, is het juist door te ontvangen dat we licht brengen in de wereld.

Ontvangen is niet leuk. We willen het vaak ook pas als we niet anders meer kunnen. Er is heel wat voor nodig voordat we bescheiden en open genoeg zijn om iets van een ander te willen ontvangen. Pas als we net als de blinde man ‘langs de weg zitten’ openen we onze handen.

Leonard Cohen vatte het prachtig in die legendarische woorden: ‘there is a crack in everything, that’s where the light comes in.’ In onze pijn valt licht binnen. Maar ook andersom: als we durven ontvangen schijnt uit ons falen licht de wereld in.

Het christelijk geloof zet het ontvangen centraal. Het daagt ons uit om onszelf meer dan al het andere te zien als ontvangers. We leven van ‘genade’. Al ons falen draagt daar op een gekke manier aan bij. Het helpt ons te zien wie we ten diepste zijn; pechvogels die, als ze eindelijk hun handen openen, meer ontvangen – van God en mensen – dan ze ooit hadden durven hopen.

Voetnoten

[1] “Steeds meer studenten kampen met psychische problemen. Volgens studentenhuisarts Cees Jansen en praktijkondersteuner Saskia Schipper is een opeenstapeling van stressfactoren de oorzaak. Vermoeidheidsklachten, angstaanvallen en verslavingsproblemen zijn het gevolg. De nood, zegt Jansen, is hoog.” https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/huisarts-ziet-aantal-studenten-met-psychische-problemen-stijgen-de-nood-is-hoog-~b3cc8cdc/

[2]      Aandacht voor allerlei ‘praktische’ problemen is er genoeg in de media. De Volkskrant noemt zeven ‘plagen’ die studenten van nu teisteren. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/vandaag-begint-het-academisch-jaar-hoe-leuk-is-studeren-nog-anno-2018-~b05b96b4/. Aandacht voor de dominante gedachten die zulke problemen omzetten in angst en depressie is er echter weinig.

[3]      Zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Cognitieve_gedragstherapie

[4]      Uit de documentaire Vrijheid, gelijkheid, broederschap (2014) van de VARA.

[5]      Enorme faalangst en keuzestress is het gevolg voor veel studenten. Uit angst om verkeerd te kiezen en te falen stellen jongeren het starten van hun studie steeds langer uit. Een tussenjaar komt steeds vaker voor, en wordt ook vaker een periode van meerdere tussenjaren. De komst van het leenstelsel speelt hierin ook een rol. https://www.telegraaf.nl/nieuws/2605939/studie-start-steeds-later

Laurens van Lavieren

Theoloog en teamleider ForumC - kenniscentrum van IFES

Ontdek meer

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!