Er gebeurt iets opmerkelijks in Nederland. Overal duiken verhalen op van jonge mensen die – soms onverwacht – de weg richting geloof inslaan. Het gaat niet langer alleen om losse signalen. Onderzoek laat zien dat Generatie Z in Nederland positiever staat tegenover kerk en geloof dan de generatie vóór hen: ongeveer 27% van Gen Z noemt zichzelf gelovig, tegenover 22% van millennials. Het zijn geen spectaculaire cijfers, maar wel opvallend, omdat ze breken met een decennialange trend van afname. Bovendien staat deze ontwikkeling niet op zichzelf: ook in landen als Engeland en Frankrijk wordt gesproken over een vergelijkbare verschuiving onder jongeren.
Dat is goed nieuws. En tegelijk vraagt het om aandachtig luisteren. Want wat zoeken deze jongeren precies? Wat vinden ze in het christelijk geloof? En wat vraagt dit van een organisatie als IFES?
Voordat we die vragen kunnen beantwoorden, is het goed om eerst stil te staan bij wie Generatie Z is – en waarom juist nú geloof opnieuw in beeld komt.
Alle opties liggen weer open
Generatie Z is opgegroeid in een maatschappij waarin religie niet vanzelfsprekend is. Anders dan eerdere generaties dragen veel jongeren geen pijn of teleurstelling richting kerk of geloof met zich mee. Voor velen geldt iets simpelers: ze weten er nauwelijks iets van. Dat geeft ruimte voor onbevangen nieuwsgierigheid.
Tegelijk ervaren veel jongeren een diep gevoel van onrust en richtingloosheid. Het verhaal “je bent vrij om jezelf te ontplooien” was ooit een bevrijdend ideaal, maar voelt voor velen inmiddels als een loden last. Keuzestress, onzekerheid en het gevoel tekort te schieten zijn wijdverbreid. Jongeren zoeken perspectief, zin en houvast in een wereld die voortdurend beweegt. Het christelijke geloof is daarbij één van de zoekrichtingen, maar zeker niet de enige.
Het christelijke verhaal als één stem van velen
Een belangrijke route loopt via therapie en mentale gezondheid. Veel jonge mensen zoeken hun ‘heil’ in therapie, of in wat therapie belooft te kunnen geven: je beter voelen.
Daarnaast is er een sterke moreel-activistische zoektocht. Rond idealen als inclusiviteit, rechtvaardigheid en zelfexpressie ontstaan hechte gemeenschappen, online en op straat.
Tegelijk zien we een opvallende opleving van conservatief denken, vooral onder jonge mannen. Dit denken biedt duidelijkheid en richting, en draagt mogelijk bij aan een positiever imago van christelijk geloof.
Verder is er brede belangstelling voor alternatieve vormen van spiritualiteit, zoals het “manifesteren” van succes.
Tegen deze veelkleurige achtergrond krijgt ook het christelijke verhaal opnieuw aandacht – niet als vanzelfsprekend kader, maar als één van de stemmen die serieus beluisterd worden.
De weg van nieuwe gelovigen
Uit de verhalen van nieuwe gelovigen blijkt: de eerste stap richting geloof is zelden intellectueel, maar heeft te maken met ervaring. Jongeren beschrijven hoe bidden rust geeft, hoe ze zich gehoord voelen. Geloof “doet iets”.
Vriendschappen met leeftijdsgenoten spelen vaak een grote rol bij het eerste contact met het geloof. Vaak is er in toch ook in de familie ergens een link met christelijk geloof. Via (groot-)ouders krijgen ze iets van christelijk geloof mee, dat een zaadje plant en pas veel later (vaak in een crisis) ontkiemt.
Ook social media zijn belangrijk. Via TikTok, Instagram of YouTube komen jongeren in aanraking met influencers die open spreken over hun geloof. Dat maakt deze beweging anders dan eerdere generaties: geloof lijkt minder een vanzelfsprekende traditie en vaker het resultaat van een persoonlijke zoektocht, vaak los van instituties.
Gezocht: kritische reisgenoot
Juist omdat deze ontwikkeling zoveel vreugde oproept, is het belangrijk om de spanningen niet te negeren. In veel bekeringsverhalen ligt de nadruk op persoonlijke rust en identiteit, terwijl de maatschappelijke relevantie van het christelijke verhaal uit het zicht verdwijnt.
De kennis van nieuwe gelovigen van het christelijke verhaal vaak fragmentarisch. Beleving is belangrijk, maar zonder verdieping kan geloof kwetsbaar worden. Doordat veel jongeren hun weg vooral online vinden is de verbinding met kerken is niet vanzelfsprekend. De voor Gen Z vaak vanzelfsprekende tolerantie richting andere overtuigingen, heeft als keerzijde dat geloof inwisselbaar kan worden: waarheid als “wat werkt”.
Deze spanningen vragen geen oordeel, maar nabijheid. Binnen IFES spreken we in dat verband over de rol van de kritische reisgenoot: iemand die aanwezig is – op de campus, in studentenhuizen, soms zelfs in een naar bier ruikende sociëteit – en die een stukje met jongere meeloopt. Kritisch zijn betekent hier niet afkeuren, maar trouw zijn aan Christus en van daaruit samen zoeken naar volwassen geloof. Dat begint met gastvrijheid: plekken waar vragen mogen bestaan en ontluikend geloof gevoed wordt.
Vooruitkijken: hoopvol, realistisch en betrokken
Er is reden voor vreugde. Het geestelijk klimaat is in beweging. Jongeren zoeken naar houvast, betekenis en gemeenschap en vinden die in toenemende mate in het verhaal van Jezus. Tegelijk vraagt deze tijd om waakzaamheid. Geloof dat niet wordt verdiept, verbonden en belichaamd, kan snel weer verdampen.
De uitdaging voor de komende jaren ligt daarom in het trouw aanwezig zijn waar jonge mensen zoeken. Dat vraagt om gemeenschappen die gastvrij zijn, om reisgenoten die nabij blijven, en om vertrouwen dat God zelf aan het werk is. Niet schreeuwerig, niet triomfantelijk, maar zichtbaar. Hoopvol. Realistisch. En betrokken op de toekomst.












Hai!
Dit artikel sprak mij erg aan. Ik ben zelf gelovig en op zoek naar hoe ik mijn geloof kan vormgeven in mijn afstudeeronderzoek voor mijn opleiding journalistiek. Ik wil me focussen op de niet-kerkelijke maar gelovige GenZ’ers. Staan jullie misschien open voor een gesprek? Het lijkt me erg interessant om hierover te sparren met elkaar en het zou mij helpen meer richting te krijgen in mijn onderzoek.
Ik ben benieuwd naar jullie reactie!
Hartelijke groet,
Joëlle