Het is dinsdagavond. Je buigt je met je kringgenoten over een obscure profeet als Habakuk en thema’s als Gods soevereiniteit. De volgende ochtend zit je in een collegezaal, verdiept in de ontwikkeling van het peuterbrein, supply chain management of Middelnederlandse Letterkunde. Twee werelden.

Er zijn soms mensen die je waarschuwen: “Laat je studie je geloof niet afpakken!” Ik benijd hun optimisme. Het veronderstelt namelijk dat geloof en studie elkaar überhaupt ooit tegenkomen.[1] In plaats daarvan lijkt soms alsof christelijke studenten een dubbelleven leiden. In vakjargon heet dat “compartimentalisatie”: alles netjes in zijn eigen vakje, zonder dat er al te veel gemorst wordt.

Tussen ziel en eeuwigheid

Die compartimentalisatie vloeit voort uit een bepaald begrip van waar het christelijk geloof om draait, die je zou kunnen samenvatten als “je hart aan Jezus geven zodat je naar de hemel gaat.” Wat zeg je hiermee over alles wat tussen de ziel en de eeuwigheid in zit? Voordat je het weet zit je onbedoeld met een enorm gebied dat dan in feite leeg van God: je vriendschappen, je lijf, je studie – ongeveer alles wat we doorgaans het “echte” leven noemen.[2] Dan wordt het lastig om aan niet-gelovige studiegenoten uit te leggen waarom geloof relevant is – het speelt immers ook in grote delen van jouw eigen dagelijkse leven nauwelijks een rol.

In de Bijbel wordt een ander verhaal verteld. Paulus zegt het bijvoorbeeld zo:

“Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn […]; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. […] Want het heeft de Vader behaagd in Hem heel de volheid wonen zou, en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, […] zowel de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn.” (1 Kol. 16 – 20)

Alle dingen. Elk stukje van de werkelijkheid vindt zijn oorsprong en bestemming in Christus – niet alleen de stukjes waar we het label “christelijk” aan geven. Als dát de realiteit is, dan is jouw studie allereerst een plek waar je Gods aanwezigheid op het spoor kunt komen. Dat is geen nieuw idee. De moderne empirische wetenschappen wortelen in de overtuiging dat de wereld is geen willekeurig fenomeen is, maar schepping. De natuurwetten werden gezien als door God ingelegd in de schepping, dus was het een vorm van eerbetoon aan God om ze te bestuderen.

Luisteren naar je tijdgenoten

Paulus geeft in Handelingen het voorbeeld van zo’n academisch engagement. Op de Areopagus — zeg maar de universiteitscampus avant la lettre — kiest hij niet voor confrontatie, maar voor contextualisatie. Hij citeert de filosofen van zijn gesprekspartners, hij erkent hun zoektocht, hij spreekt hún taal. Hij sluit aan bij wat er al gebeurt. Daar houden we deze prachtige woorden aan over: “In Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij.” (Hand. 17:28) Paulus heeft geluisterd en gekeken en Gods sporen ontdekt in Athene.

Waar zie bij je studie schoonheid, waarheid, goedheid – sporen van God? Als we serieus nemen dat alles zijn oorsprong vindt in Christus, dan is Christus niet iets dat we van buitenaf inbrengen in de context waarin we studeren. Dan mogen we verwachten dat Hij ons voorgaat en de Geest werkzaam is in de context van het hoger onderwijs. We mogen de wereld van de wetenschappen serieus nemen als een plek die ons iets kan leren over Wie God is en hoe God werkt. In Christus is alle wijsheid en kennis verborgen (Kol. 2:3). Dat maakt elke zoektocht naar waarheid – ook die van jouw vakgebied – een potentieel geloofsdaad.

Dat betekent ook dat je je geloof openstelt voor vragen en soms zelfs correctie van buitenaf. In Handelingen 10 wordt Petrus uitgedaagd door de ontmoeting met Cornelius. Zijn vertrouwde geloofskaders bleken te klein voor Gods missie. Alles wat hij dacht te weten over God, moest hij heroverwegen. Het vraagt moed om je overtuigingen niet vast te klampen, maar beschikbaar te stellen aan God en aan je tijdgenoten — ook als dat ongemakkelijk is. Als je je overtuigingen uit het hokje “christelijk” haalt en in gesprek brengt met de andere gebieden van je leven, is dat niet zonder risico. Misschien raak je onderweg iets kwijt. Niet je geloof in Christus, maar wel beelden of denkkaders die je lang hebt gekoesterd. Je geloof zal er dieper van worden.

Hoe je dat doet? Begin zoals Jezus: met luisteren. In de evangeliën stelt Hij meer dan 300 vragen, en beantwoordt Hij er maar 180. Hij kiest voor een dialogische manier van omgaan – nieuwsgierig, open, kwetsbaar.

Profetisch spreken

Dit is geen pleidooi om alles wat je aan de universiteit of hogeschool tegenkomt klakkeloos over te nemen. Dat hangt samen met de overtuiging, dat alle dingen hun bestemming in Christus vinden. In Openbaring 21 daalt het nieuwe Jeruzalem naar beneden. De christelijke hoop is geen vlucht uit de wereld. God maakt deze wereld tot Zijn thuis. En dat betekent: ook de universiteit, met haar gebouwen, denksystemen, structuren en verhalen, is terrein dat God wil bewonen.

Als dat zo is, dan moeten we niet alleen onze plaats in de universiteit innemen, maar ook kritisch kijken: welke structuren zijn gericht op leven en bloei – en welke juist niet? Elk vakgebied heeft zijn eigen onderliggende verhaal: over wie de mens is, hoe de wereld werkt, wat waardevol is. Die verhalen zijn niet neutraal.

Daarom is het belangrijk om vragen te blijven stellen. Wat is het grote verhaal achter jouw studie? Wat voor mens- en wereldbeeld wordt er impliciet gepresenteerd? De ruimte voor zulke reflectie neemt in het hoger onderwijs zienderogen af. Onderwijs moet snel, effectief, rendabel zijn. Lang studeren kost geld. Zo dreigt de universiteit een plek te worden waar je vooral leert hoe je iets moet doen, en niet waarom.

Juist als christen heb je iets unieks bij te dragen. Niet als iemand die met Bijbelteksten smijt, maar als iemand die dieper durft te vragen. Een christen-bioloog stelt andere vragen dan een collega zonder geloof – niet minder wetenschappelijk, maar meer geworteld in verwondering en verantwoordelijkheid. Een christen-econoom ziet gerechtigheid niet als bijzaak, maar als fundament. Enkele voorbeelden: Waarom wordt in veel economische modellen groei altijd positief gewaardeerd? Zien we in medische wetenschappen lijden alleen maar als iets zinloos, dat je moet vermijden, of is het ook mogelijk om er zin aan te geven? Is wat wettig is ook altijd rechtvaardig en wat vraagt dat van onze rechtspraak? Wat betekent het om technologie te ontwikkelen tot eer van God?

Als God in deze wereld wil wonen, dan doen deze vragen ertoe.

Tot slot

Tot nu toe ging het vooral over vakinhoud. Maar je betrokkenheid als christen aan de universiteit gaat verder dan alleen je studie. Het betekent dat je geïnteresseerd bent in wat jouw studiegenoten en docenten bezig houdt. Christelijk aanwezig zijn aan de universiteit verandert anders in een soort missionaire parachutelandingen, in plaats van leven, leren en liefhebben te midden van je tijdgenoten. Met de woorden van Paulus: “[Wij wilden] met u niet alleen het Evangelie van God delen, maar ook onszelf, omdat u ons lief geworden was.” (1 Thess. 2:8).

Het hoger onderwijs is in het licht van de eeuwigheid geen neutraal terrein. Het is, zoals alles, van God. En dat maakt jouw aanwezigheid daar betekenisvol. Jij bent geroepen om daar met open ogen en een luisterend hart aanwezig te zijn. Om te ontdekken wat met marketingstrategieën, de moleculaire biologie van virussen, middeleeuwse poëzie of statistiek met God te maken hebben. Laat je niet wijsmaken dat je geloof alleen thuishoort op zondag of in een kring. Laat het juist wortelen in de praktijk van alledag. Leef met nieuwsgierigheid. Leer met toewijding. Stel de vragen die anderen niet stellen. En bovenal: leef vanuit het besef dat Christus Heer is – ook van de collegezaal, het laboratorium, de bibliotheek en je stageplek.

Meer weten? Het boek(je) “God’s calling at the university” werkt bovenstaande ideeën theologisch en praktisch verder uit. Trek je studentenwerker even aan de mouw als je het wilt lezen.

[1] Natuurlijk vallen er wél studenten van hun geloof – laten we daar eerlijk over zijn. Maar meestal niet om wat ze op college horen. Eerder omdat geloof jarenlang opgesloten zat in het kring/kerkhokje en nooit mocht meekijken in de rest van het leven.

[2] Zie ook: Stefan Paas, Vrede op aarde (2023)

Alexandra Matz

Theoloog, predikant en studentenwerker

Ontdek meer

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!